De basis van het Fokplan Slaghuis is het zeker stellen van een goed functionerende fokkerij op lange termijn, afgestemd op het fokdoel: Een goed bewezen, sterk, vitaal schaap, optimaal geschikt voor economisch ingesteld landschapsbeheer.
Dit te realiseren door minimalisering van de inteelt, behoud van variatie in de bloedvoering, waardoor een vrouwelijke selectie op voor het fokdoel belangrijke kenmerken gewaarborgd blijft.
Minimalisatie van inteelt wordt gerealiseerd door handhaving van een van een twaalftal, onverwante mannelijke bloedlijnen.
Rammen worden geselecteerd uit als zeer gewaardeerde moeders. Voorts worden de rammen op een leeftijd tot 10 maanden in het jaar van de geboorte uitgewisseld tussen de fokgroepleden conform het fokplan. Op deze wijze groeien de rammen minimaal 10 maanden op onder het oog van de fokgroepfokker binnen het eigen bedrijfssysteem. De rammen worden in het volgende jaar na een “Goed” of “Zeer Goed” predicaat ingezet.
Rammen worden op de leeftijd van anderhalf jaar volgens een vast schema, gedurende een dekperiode ingezet op maximaal 40 ooien en daarna voor het fokplan uitgeschakeld. Rammenmoeders worden geselecteerd uit de oudere ooien met een bovengemiddelde beoordeling en fokprestaties.
Ooien worden ter voorkoming van inteelt slechts een keer of hooguit twee keer als rammenmoeder ingezet. Het aanpassen van de fokkerij en de selectie op het fokdoel van verbetering van de populatie vindt dus plaats door:
- Onverwante paringen;
- Strenge selectie van de rammen in twee stadia, als jonge ram in november en als 1,5 jarige ram in juli;
- Selectie van de beste ooien als rammenmoeders.
In het fokplan wordt bepaald welke bloedlijn op welke kudde wordt gezet.